elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blagueur

blagueur , blagëur , zelfstandig naamwoord mannelijk , blagëure , - , veelprater , blagëur (fr. 'blagueur': opsnijder, snoever') blaaskaak blagëur
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal