elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: brandzalf

brandzalf , braandzalve , zelfstandig naamwoord , de; brandzalf
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
brandzalf , braandzawf , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , brandzalf , VB: Doég mer gaw get braandzawf drop, daan sjmert 't neet zoe.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
brandzalf , [brandzalf] , brandjzalf , (vrouwelijk) , brandzalf
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal