elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: controle

controle , kóntrol , mannelijk , controle, toezicht.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
controle , kontrole , zelfstandig naamwoord , de; controle: toezicht op de uitvoering/naleving van voorschriften, verplichtingen e.d., op de werking van iets
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
controle , kontrol , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , controle , VB: Loor of 't leeech van d'nne fits brênt, hûi ês kontrol heb ich gehuurd.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal