elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: cowboy

cowboy , coyboy , cowboy: ze speule coyboy en indiaan.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
cowboy , koûjboûj , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , cowboy
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
cowboy , kojboj , cowboy
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
cowboy , kojboj , zelfstandig naamwoord , cowboy; met regressieve afstandsassimilatie: w > j; Hees kojboj (V:40)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal