elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: crêpe

crêpe , krėp , mannelijk , (Frans) crêpe, krip: rouwfloers.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
crêpe , crêpe , zelfstandig naamwoord , de; flensje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
crêpe , crêpe , zelfstandig naamwoord , et; crêpepapier
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
crêpe , krêp , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , stof , (doorschijnende, zwarte stof) krêp VB: Oonder de sjöttendeens hynk aon de vèndele 'n roûwsjtrik van krêp.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal