elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: datgene

datgene , datgenege , dat, datgene; datgenege waʼk tʼr van wijt wiʼk joe wel vertellen. ʼt Hoogduitsche, dasjenige.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
datgene , datginnige , datgene , datginnige VB: datginnige wats te vernoëme hebs, môs te mer zoe gaw muügelik vergëte.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal