elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: diepte

diepte , deepte , dieepte , Meestal uitgespr. diepte. Zie § 25 der Inleiding. Ik bin van dage vör ’t eerste aover mîn d(i)eepte ewest, beteekent: Ik heb van daag voor ’t eerst gezwommen, waar ik niet staan kon.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
diepte , deepte , dieepte , Ik bin van dage vö̂r ’t (i)eerste aover mîn d(i)eepte ewest, beteekent: Ik heb van daag voor ’t eerst gezwommen, waar ik niet staan kon.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
diepte , deibde , mannelijk , diepte.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
diepte , diepte , de , dieptes , Var. als bij diep II = diepte Bij het zwemmen gung hij iniens de diepte in (Klv), Het is op diepte, hol mor op (Pes), De diepte van oeze put is dartien meter (Wee)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
diepte , deepde , zelfstandig naamwoord , diepte , deepde VB: De deepde van d'n Eenkepöt ês oongevèr 12 meter.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
diepte , deepdje , (vrouwelijk) , deepdjes , diepte
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
diepte , deepdje , zelfstandig naamwoord , deepdjes , diepte
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
diepte , deepdje , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , deepdjes , diepte
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
diepte , dipte , diepte
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal