elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dikbek

dikbek , dikbek , de , (Midden-Drenthe) = 1. scheldwoord 2. appelvink, Coccothraustes c. vulgaris
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dikbek , dikbek , zelfstandig naamwoord mannelijk , dikbekke , dikbekske , appelvink , VB: 'nnen dikbek zuus te allewyl neet mie zoe vëul
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal