elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dinges

dinges , dinks , dings , voor iemand wiens naam niet te binnen komt, of als bijv.nw. voor: zonderling, buitengewoon iets, dat men als ’t ware geen naam kan geven. Misschien is
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
dinges , dingerijs , voor: ding, dingetje; wat dingerijs is dat? meestal een voorwerp waarmede men iets verricht, een werktuigje of speelgoed; ook in ’t meervoud en met geringschatting: wat doun die dingerijzen doar? dei dingerijzen mouten doar van toavel of = die voorwerpen moet gij van de tafel nemen. – Ook in ’t Nedersaksisch, inzonderheid wanneer men met minachting van een voorwerp spreekt. – dingerijs = ding = penis, en cunnus, Oostfriesch dingrês. – Volgens ten Doornk. ding, met den uitgang rês, Groningsch erijs, rijs, voor: rêds,van: rêd, rêde = (ge)ried, (Groningsch rei, en: rijd), wat ook in rêd, rêdschup (Groningsch rijdschōp) = gereedschap, voorkomt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
dinges , dinges , dings , (= ding), wordt wel als eene soort van stoplap als men zich eerst bedenken moet wanneer men een’ naam wil noemen, òf om tijd te winnen, òf uit eene soort van voornaamheid. In allen gevalle betreft het uitsluitend eigennamen; goa even an bie dinges … in de Ebbenstroate. ’t Kan eene onhebbelijke gewoonte worden, zoodat men zelfs hoort: dinges ... Napoleon, Londen enz. Noord-Brabant dings = iemand, wiens naam ons niet te binnen schiet. West-Vlaamsch dings, Fransch chose: ik ga naar mijnheer dingens, evenwel: hij is geboren te ding bij Brugge. Zie ook Kramers Wbk. (De Bo).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
dinges , dings , voor dingerijs* en dinges*; ook in het Duitsch in de gemeenzame spreektaal hoort men “Dings” voor “Ding.”
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
dinges , dingerais , dinges , wordt gezegd als men niet op de naam kan komen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
dinges , dingesie , zelfstandig naamwoord ’t , Pas genoemde persoon of persoon wiens naam men zo snel niet weet te noemen. | Wa ’k zègge wou, hei je dingesie al opbeld?
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
dinges , dénges , déngesse , mannelijk , dinges.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dinges , dinges , de , een bepaald iemand, waarvan men de naam niet weet Ik heb dinges ook eziene, och, hoe het hij ook weer, zien naeme wil mij niet in het zin schieten (Wsv), Daor moej dinges even naor vraogen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dinges , dingereis , dingeraais , (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe). Ook dingeraais (Kop van Drenthe, Veenkoloniën) = ding Ze haar zo’n dingeraais om de haals, ik weit niet wat of het was (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dinges , dinges , gezegd ter aanduiding van iemand wiens naam men zich niet zo gauw kan herinneren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
dinges , dynges , zelfstandig naamwoord , dinges , dynges VB: dynges ês hié gewès, de wêts waol.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
dinges , dinges , zelfstandig naamwoord , menstruatie; De Wijs –  (Moeder trots, de ene moeder tegen de andere) “Wè wordt ze toch grôôt, en hee ze al d’n dinges?” (de menstruatie) (04-07-1969)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal