elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dooddelen

dooddelen , dootdeile , deilde doot, haet of is dootgedeilt , iemand zijn part onthouden. Zich dootdeile: bij delen zich zelf tekort doen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dooddelen , doeddejle , werkwoord , dejlde doed, doedgedejld , dooddelen , VB: Haw ich mich toch doedgedejld: wie ich aal verdejld haw, haw ich vuur mich niks mie uüver.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
dooddelen , [onterven] , doeaddeile , onterven, iemands deel onthouden
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal