elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: doodgaan

doodgaan , an dood goan , zie: an hen goan.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
doodgaan , doôdgaan , werkwoord , in de zegswijze ik gaan liever gewoôn doôd, ik bedank voor de eer, ik waag me daar niet aan.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
doodgaan , dootgaon , góng doot, is dootgegange , doodgaan, ’ne Peering geit noch neit gaer doot: niemand gaat graag dood.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
doodgaan , dògao , sterven, doodgaan, hemelen gaan.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
doodgaan , doodgaon , sterk werkwoord, onovergankelijk , doodgaan Och man, de hond is oes doodgaon (Exl), Hij jammert altied en doodgaon is er niet bij (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
doodgaan , doodgaon , werkwoord , doodgaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
doodgaan , doedgoën , werkwoord , sterven , (zie 'gaan')
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
doodgaan , doewed gôn , doodgaan
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
doodgaan , doeadgaon , doodgaan , Hae kan baeter doeadgaon achter ein greun hèk, es achter einen dorre stroek: gezegd van een oudere man die met een veel jongere vrouw trouwt.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal