elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: doordraaien

doordraaien , deurdraien , doorgaan, voortgaan; schipperswoord in: de goazie drait deur, of: drait = de gage wordt uitbetaald, al is de matroos of stuurman ook, voor dien tijd, buiten dienst. – de goazie drait ook zooveel als: van heden af heeft hij aanspraak op loon.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
doordraaien , deurdraaie , werkwoord , Ook: verkwisten, verbrassen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
doordraaien , doordreeë , dreede door, haet of is doorgedreet , doordraaien.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
doordraaien , deurdrèeien , zwak werkwoord, overgankelijk , doordraaien Die moere is lam, ie kunt hum alsmaar deurdreeien (Bro), Nich stoppen, deurdraaien! doorgaan met draaien (Nsch)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
doordraaien , deurdri’jen , werkwoord , 1. voortgaan met draaien 2. verder (doen) draaien dan een bep. punt; ook fig.: verder gaan in bep. gedrag dan men normaal doet
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
doordraaien , deurdraoie , werkwoord , draoi deur, draoide deur, deurgedraoid , 1. verkwisten In een jaer tijd hattie d’n erfenis d’r deur gedraoid In een jaar had hij de erfenis verkwist 2. onverkoopbaar zijn op de veiling We hebbe vorege week juin gevaaild maor alles is deurgedraoid We hebben vorige week uien geveild maar alles is onverkoopbaar
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
doordraaien , doerdrieje , werkwoord , driejde doer, doergedriejd , doordraaien , (groente of fruit) VB: 't Wäor vuur te kriéte es te zaogs wievëul fruet doerdriejde en op 't sjtort teréch kaom.; ontromen (zie 'afromen'); d'r doerdrieje verbrassen (al zijn geld verbrassen); d'r doer drieje (zie 'draaien'); verkwisten d'r doerdrieje VB: De pa wäor 'nne zûinige mêns meh de keender hebben aal d'rdoer gedriejd.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
doordraaien , durdrèèjde , doordraaide
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
doordraaien , deurdreien , (werkwoord) , doordraaien.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
doordraaien , durdrèèje , overwerkt raken, doordraaien , Piet is hillemol durgedrèèjd. Piet is zwaar overwerkt geraakt., De wirreld drèèjt mèr dur. De wereld draait maar door.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
doordraaien , doordrejje , 1. doordraaien 2. verkwisten 3. overspannen raken
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
doordraaien , doeërdrejje , doordrejje , werkwoord , eerste vorm Weerts (stadweerts); tweede vorm Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern), Nederweerts, Ospels; doordraaien, d'r -, geld opmaken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
doordraaien , durdraaje , zwak werkwoord , durdraaje - draajde deur - durgedraajd , doordraaien; WBD worstvlees en -vet kleinmaken, ook genoemd 'dur de meule draaje'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal