elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: doorslaan

doorslaan , doorslaan , Het slaat er nog al door is gezegd: het loopt nogal hoog op.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
doorslaan , deursloagen , (doorslaan); een stuk uit de wasch deursloagen, zooveel als: nog eens overdoen, wat natuurlijk minder moeite kost, daar deze tweede bewerking om het voorwerp goed schoon te krijgen meer door slaan, heen en weer bewegen in ’t water, dan door eigenlijk wasschen geschiedt; onze waskvrau is an ’t deursloagen.
(doorslaan) = doorsijpelen, bijna onmerkbaar doortrekken van een vocht door de wanden van een voorwerp, bv. van een steenen pot.
doorslaan, in de vergelijking: deursloagen as ’n blinde vink = doordraven, in het wild redeneeren.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
doorslaan , dörslaon , overdrijven; verklikken, verraden.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
doorslaan , doorsjlaon , sjlouch door, haet of is doorgesjlaage , doorslaan.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
doorslaan , deursloan , 1. overdrijven. 2. geheimen openbaren. 3. spoelen van de was.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
doorslaan , deursloan , sleut deur, deur esloane , doorslaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
doorslaan , deurslaon , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. overdrijven As hij drank op krig, begunt hij deur te slaon (Bco) 2. doorslaan van muren etc. Met nat weer begunt de muren deur te slaon (Klv), Naor boeten slat de muur oet en naor binnen slat e deur (Sle) 3. door vergiet gieten (N) 4. ritme verbreken Een peerd kan deurslaon as het in de sprong giet (Pdh), De fietse slat dèur trapt door (Dwi) 5. doorslag maken (Zuidwest-Drenthe, zuid) Det patroon he’k deur eslagen op de stof (Hgv) 6. doorslaan, losslaan De wasch deurslaon eerste spoeling (Sle), (...)de middelste deurslaon met de vörk en de aandern van weerskaanten met de rieve bijheuien (hy:Midden-Drenthe) 7. geluk geven bij verkoop (Zuidoost-Drents zandgebied) Ik heb deurslagen (Sle) 8. onder dwang gaan praten Toen e in de oorlog undervraogd weur, sleug e deur (Bor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
doorslaan , deurslaon , 1. doorslaan; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: gallopperen; 3. Gunninks woordenlijst van 1908: opsnijden
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
doorslaan , deurslaon , overdrijven. Wat bin ie weer an ’t deurslaon.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
doorslaan , deurslaon , werkwoord , 1. blijven slaan 2. de koop doen aangaan, hetz. als gelok geven 3. met de hooihark het op het land liggende hooi los, uiteen slaan, zodat het beter kan drogen 4. slaande bewegingen door iets heen maken (anders dan in bet. 3) 5. vocht doorlaten 6. geweldig overdrijven, doordraven, geweldig zwetsen 7. stroom doorlaten 8. naar een bep. kant overhellen, uitslaan 9. onder druk bekennen 10. bij het maken van jurken e.d. op een bep. manier werken met lange lussen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
doorslaan , deurslaon , werkwoord , sla deur, sloog deur, deurgesloge , doorslaan, vocht doorlaten De zoole vammen klompe worre dun, ze gaon deurslaon De zolen van mijn klompen worden dun, ze laten vocht door
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
doorslaan , doersjloën , werkwoord , doorslaan , (zie 'slaan') VB: De waog sjlèit doer. VB: De ziëkering sjlèit doer.; doorsmelten; (van zekering) doersjloën (zie 'slaan'); naden (naden aangeven met rijggaren) doersjloën (zie 'slaan') VB: Naodat de niejiéjes 't jéske gesjnoëje haw, môs ze 't mêt traochelgäon doersjloën, daonao kôs ze 't petroen draof hoële.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
doorslaan , [blijven slaan; overdrijven] , deurslaon , (werkwoord) , 1. doorslaan; 2. een geheim verraden; 3. overdrijven; door het lint gaan.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
doorslaan , [doorslaan] , deurslaon , overdrijven (N.O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
doorslaan , durslaon , sterk werkwoord , doorslaan, het klieven van een geslacht rund; durslaon - sloeg deur - durgeslaon/durgeslaoge; Audio-opname 1978 – “Dan sneede gij zak zègge van aachtere, boove de koej wier dè durgeslaon, zak zègge, dè kontwèèrek zogezeej, dòr aachter witte wèl, èn dan, jè, dan moeste diejen ènteldèèrem deröt haole èn dan lòsmaoken èn doen èn dan viel er hil dieje pèns, die viel in êene keer in diejen bak neer!” (Interview met dhr. Bertens; transcriptie Hans Hessels 2013); WBD bewerken van deeg op de werktafel; WBD durslaon (II:1038) - doorslaan: inschieten v.d. weefspoel; ook: slaon, inslaon, inschiete, schiete of gôoje
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal