elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: doortrekken

doortrekken , doortrëkke , troch door, haet of is doorgetroch , doortrekken; kwaadspreken. Eeme derdoor trëkke: kwaad van iemand spreken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
doortrekken , deurtrekken , sterk werkwoord, overgankelijk , doortrekken As ze die weg nou is deurtrokken, dan kreeg e mooi ansluting op de hoofdweg (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
doortrekken , doertrêkke , werkwoord , trok doer, doergetrokke , bekletsen , VB: Wie ze 'n oor biéèin hawwe gezëte, hawwe ze 't haaf duerp doergetrokke.; doertrekke beroddelen doertrekke.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
doortrekken , deurtrekken , 1. pijnlijk aankomen; 2. aantrekken van vocht (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
doortrekken , doortrekke , doorspoelen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal