elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dringen

dringen , drōngde , drong, overl. tijd van: dringen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
dringen , dringen , (sterk werkwoord) , drong, edrongen , dringen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
dringen , dringn , werkwoord, sterk , verleden tijd: 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: dreenk, 1e persoon enkelvoud verleden , dringen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
dringen , drénge , drong, haet of is gedrónge , dwingen; klein krijgen, de baas kunnen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dringen , dringen , sterk werkwoord, overgankelijk , dringen Die koe stiet daor de hiele dag te dringen, die moet daor weg (Klv), Schei uut te dringen (Dwi), Ze wolden er allemaol tougelieks in, ze stunden allemaol te dringen (Row), De tied dringt (Bui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dringen , drongen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) = dringen IJ moet niet zo drongen, ij kriegt wal een beurt (Oos), Drongt niet zo, ik stikke zowat (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dringen , dringen , dringen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
dringen , dringn , dringen. Hie is der naor binn edrungn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
dringen , drynge , werkwoord , droûng, gedroûnge , dringen , (afw.vv. o.t.t. hër drynk, dier drynk, geb.wijs. drynk) VB: 't Drynk neet, es 't muerge mer vêrdig ês.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
dringen , dringe , sterk werkwoord , dringen; D. Boutkan: dringe- dróng - gedrónge
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal