elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: droge

droge , dreuge , schimpwoord voor een niet levenslustig, een droog, saai persoon.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
droge , dreuge , m , gortdroog iemand wá ’nen dreuge
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
droge , droug , zelfstandig naamwoord ’t , Het droge. Zegswijze op droug staan (zitte), beschut staan (zitten) tegen de regen. – Op droug sjorre. 1. Op het droge, op de wal sjorren. 2. Opstrijken, binnenhalen. | Ik most die honderd piek maar gauw op droug sjorre.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
droge , dreuge , het , droog Der stun zoveul water op de weg, ik kun der niet op een dreugen bijlangs kommen met droge voeten (Sle), Hij hef de schaopies op het dreuge (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
droge , dreuge , zelfstandig naamwoord , de 1. droge: saai iemand 2. iemand met droge humor
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
droge , drôôge , zelfstandig naamwoord , drôôge , drôôgechie , droge grapjas, iemand die met een stalen gezicht grappen vertelt Hij vertelt alles meddun drôôg gezicht, ’t is een echten drôôge Hij vertelt alles met een stalen gezicht, hij is een echte grapjas
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
droge , druge , zelfstandig naamwoord mannelijk , druge , - , droogkomiek , VB: 't Ês 'nnen échten druge, de kêns dich af en toûw kepot mêt 'm laachte.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
droge , [stil persoon] , druuege , (mannelijk) , 1. stille, teruggetrokken man die nu en dan een rake opmerking maakt 2. het droge , Det is einen druuege.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
droge , druuege , geheelonthouder
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal