elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duivels

duivels , duvels , deuvels , duivelsch; zie: hoaten. duvelze = duivelsche; dei duvelze jong! = die drommelsche jongen!
deuvels (Westerkwartier; de eu trekt naar de ui), sterker dan: deévels; ’t is ’n deuvels spul.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
duivels , deuvels , een eenigszins gesmoorde vloek, sterker dan “duvels”: ’t is ’n deuvels spul. De uitspraak van de “eu” zweemt naar “ui” en wijkt tevens af van die klank in ’t ook elders bekende “deuvekater.” Men hoort ook wel: doivels, doivel.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
duivels , duuwls , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1 duivels, 2 allerverschrikkelijkst erg
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
duivels , duivels , duuvels , duivels. Hae is duuvelskaot, of: duivels: hij is duivelskwaad of duivels.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
duivels , duvels , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. erg, zeer Hij kan duvels hard lopen (Hgv), Het is duvels mooi (Gro) 2. kwaad Die man was zo duvels, hij schupte alles onderstebaoven (Dwij) 3. als uitroep Duvels, wat he’k mij zeer daon (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
duivels , duvels , dijvels , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , duivels: erg boos
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
duivels , duuvels , bijvoeglijk naamwoord , woedend Dat jong wier duuvels omdattie naer bed mos Die jongen werd woedend omdat hij naar bed moest
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
duivels , duvels , bijvoeglijk naamwoord , vinnig , (vinnig koud) duvels kaad
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal