elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duivelskind

duivelskind , duuvelskénjt , duivelskénjt , onzijdig , duuvelskénjer/duivelskénjer , satanskind.; duivelskénjt stout kind
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
duivelskind , duvelskeend , zelfstandig naamwoord onzijdig , duvelskeender , - , deugniet , duvelskeend; kind (handig, intelligent kind) duvelskeend
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
duivelskind , [pienter kind] , duvelskindj , (onzijdig) , 1. geraffineerd, vals kind 2. knap, pienter kind, zie ook duvelsjóng
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
duivelskind , duûvelskîndj , zelfstandig naamwoord, onzijdig , duûvelskîndjer , kind, ondeugend
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal