elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duivenhok

duivenhok , doevenhok , doevehok , Ook doevehok = duivenhok Het doevenhok zat miestal an de butenmuur (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
duivenhok , dôêvòk , duivenhok
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
duivenhok , doevehokke , zelfstandig naamwoord , et; duivenhok
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
duivenhok , doéves , zelfstandig naamwoord onzijdig , - , - , duiventil , VB: Roop pa dat 'r kömp ëte, 'r zal waol weer op 't doéves zitte.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal