elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duizendpoot

duizendpoot , doezentpoot , mannelijk , doezendpeut , duizendpoot.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
duizendpoot , duzjentpoeët , duizendpoot.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
duizendpoot , doezendpoot , doezendpoter , Ook doezendpoter (Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën, Zuidwest-Drenthe, zuid) = duizendpoot Doezendpoten zit bie zommerdag in het veen (Bov), (fig.) Wij hebt een duzendpote an het waark zeer goede metselaar (Dwi), Dat is mij een duzendpote, het vlög hèur allemaole van de haanden (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
duizendpoot , duzendpote , zelfstandig naamwoord , de; duizendpoot: iemand die alles doet, kan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
duizendpoot , doézendpoet , zelfstandig naamwoord mannelijk , doézendpoete , - , duizendpoot , VB: 'nnen doézendpoet hèt ziëker geng doézend puu.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
duizendpoot , [duizendpoot] , doezendjpoeat , (mannelijk) , duizendpoot
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal