elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dwalen

dwalen , dwoalen , in de uitdrukking: ’k zij hōm dwoalen (ik zie hem dwalen) = het is vooruit te zien dat hij een verkeerden weg opgaat, dat hij een dwazen handel doet, dat hij bedrogen zal uitkomen. Holsteinsch dwelen = onverstandig handelen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
dwalen , dwäälen , dwalen. Het dwäält em: hij ijlt. Dät kån neit åfdwäälen: dat kan niet missen.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
dwalen , dwàln , werkwoord, zwak , 1 lopen zonder de weg te weten, 2 doelloos of onzinnig rondlopen. t dwàlt miej nog wa, er staat me nog wel iets van voor
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
dwalen , dwelen , dwoalen , dwalen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
dwalen , dwelen , dwalen, dwèlen, dwaelen, dwaolen, dwellen , (Zuid-Drenthe, Ros)Ook dwalen (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, zuid), dwèlen (Zuidwest-Drenthe, zuid), dwaelen (Zuidwest-Drenthe, noord), dwaolen (Noord-Drenthe), dwellen (in en rond Scho) = dwalen Wij slèun de verkeerde weg ien en toe kwame wij an het dwèlen (Ruw), De vrouw dwaolde de heeile naacht deur het bos (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dwalen , dwalen , dwalen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
dwalen , dwaelen , dwelen , werkwoord , dwalen: dwalend lopen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
dwalen , dwaole , werkwoord , dwaolde, gedwaold , dwalen , VB: Wie 'r de wëg kwiét wäor ién 't mélgerloëk hèt 'r 'n oor laank ién d'n duúster roondgedwaold.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
dwalen , dwaole , zwak werkwoord , "dwalen; Pierre van Beek – ""Dwaolen is meenselijk, zei den boer en hij kuste de meid in het donker"" wordt vergoelijkend gezegd voor een daad, die eigenlijk niet in de haak is. (Tilburgse taalplastiek 6 Nieuwe Tilburgse Courant – zaterdag 11 maart 1950); Cees Robben: dwaolen in de dösternis; dwaole; B dwaole - dwaolde - gedwaold (bij B geen vocaalkrimping)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal