elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dwingen

dwingen , dwingen , (sterk werkwoord) , dwingen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
dwingen , dwingn , werkwoord, sterk , 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: dweenk, 1e persoon enkelvoud verleden tijd: dwung , dwingen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
dwingen , dwénge , dwóng, haet of is gedwónge , dwingen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dwingen , dwingen , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. dwingen Ie kunt heur wal vraogen, maor ie kunt heur niet dwingen (Bei) 2. aandringen, zeuren Kinder dwingen vaok om heur zin te kriegen (Nor) 3. in een bepaalde richting gaan van het weer (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Ros) Het dwingt naor aander weer of Wij kriegt aander weer, het dwingt wat in de lucht lijkt ander weer te worden (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dwingen , dwingen , dwingt, dwung, dwungen, edwungen , dwingen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
dwingen , dwingen , werkwoord , 1. dwingen, hoe dan ook het de ander laten doen 2. dwingerig zeuren, aandringen 3. gezegd van het stuur van een voertuig of een paard dat telkens een bepaalde kant uit trekt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
dwingen , dwynge , werkwoord , dwoûng, gedwoûnge , dwingen , (hër dwynk, dier dwynk) VB: Wie zier 't mich oüch sjpit, de dwyngs mich vuur dat te doén.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
dwingen , dwinge , sterk werkwoord , dwingen; WBD III.3.1:268 'dwingen' = bevelen; WBD III.1.4:50 'dwingen' = aandringen; D. Boutkan: dwinge - dwóng - gedwónge
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal