elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: eenvoudig

eenvoudig , ienvoldig , ienvoudig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Ook ienvoudig = eenvoudig Het is niet ienvoldig um het zo te doen (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
eenvoudig , îênvoudig , (Gunninks woordenlijst van 1908) eenvoudig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
eenvoudig , ienvooldig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. niet van hoge, belangrijke afkomst 2. simpel, ongecompliceerd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
eenvoudig , êênvoudeg , bijvoeglijk naamwoord , eenvoudig
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
eenvoudig , nvoûdig , bijvoeglijk naamwoord , eenvoudig
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
eenvoudig , ienvoldig , ienvoudig , (bijvoeglijk naamwoord) , eenvoudig.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
eenvoudig , invoudig , eenvoudig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
eenvoudig , invoudig , invoudige , eenvoudig
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal