elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: effer

effer , eeber , mannelijk , eebesj , boor, avegaar.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
effer , èver , zelfstandig naamwoord mannelijk , èvers , - , avegaar , (bep. boor) èver VB: Zjul van Ëudemke gebrukde nog 'nne èver vuur groete loëker ién paole te mäoke.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
effer , èffer , zelfstandig naamwoord , grote boor (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal