elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: etter

etter , èter , (de è als in: maire); schimpwoord voor: nijdig, vinnig, boosaardig vrouwspersoon of meisje; ook voor een lastig, ongezeggelijk kind; bist ’n èter; ’t is ’n kwoad èter; dat èter het mie al genōg ploagt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
etter , àtr , zelfstandig naamwoord, mannelijk , etter
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
etter , atter , zelfstandig naamwoord de/’t , Variant van etter (verouderd). Vgl. Fries atter.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
etter , etter , zelfstandig naamwoord de , Ook: klier, onsympathiek individu. | Ik vind ’t ’n etter van ’n vent.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
etter , ëtter , mannelijk , etter, pus, ouder is mateerie.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
etter , etter , wondvocht.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
etter , etter , nare vent.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
etter , etter , de , etters , 1. etter Der komp etter oet die wonde (Gas) 2. vervelend persoon, klier Wat een etter van een vent (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
etter , etter , etter
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
etter , êtter , zelfstandig naamwoord mannelijk , etter
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal