elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fauteuil

fauteuil , fentuil , fetuil , zelfstandig naamwoord , fentuils, fetuils , fentuiltie, fetuiltie , fauteuil, leunstoel Ook fetuil
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
fauteuil , fetûij , zelfstandig naamwoord mannelijk , fetûijs , fetûijke , fauteuil , VB: Ich deenk dat ich dèn awwe fetûij nog mer 'ns laot uüvertrêkke, 't hoütewérk ês nog nog prima.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
fauteuil , fáttuuël , fauteuil. Als geintje zo uitgesproken.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal