elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fetsen

fetsen , fètse , werkwoord , ketsen. Term uit het biljartspel. Als de pomerans (het leren dopje op de punt van de keu) niet goed is gekrijt fètst de keu. “Krijt op tijd” is dus een heel toepasselijke naam voor een biljartclub.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
fetsen , fetsje , werkwoord , fetsjde, gefetsj , eten , (met lange tanden eten) fetsje VB: Es te noé neet oétsjejs mêt fetsje daan pak ich d'n teleur weg en daan kêns te dizzen aovend obbenoûts begênne.; kieskeurig (kieskeurig zijn bij het eten) fetsje VB: De kêns 'm vuurzitte wats te wêls, 'r zal altiéd fetsje.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal