elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fietsplaatje

fietsplaatje , fietsplátje , o , Het belastingplaatje op de fiets (in de oorlog).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
fietsplaatje , fietsploatje , (ouderwets), koperen plaatje die bewees dat men zijn rijwielbelasting had betaald
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
fietsplaatje , fietsplaetie , belastingbewijs voor een fiets in de vorm van een metalen plaatje.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
fietsplaatje , fietsplaetien , fietseplaetien , zelfstandig naamwoord , en var. et; fietsplaatje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
fietsplaatje , fietsplaetjie , zelfstandig naamwoord , fietsplaetjies , rijwielbelastingsbewijs In d’n oorlog zijn de fietsplaetjies ofgeschaft
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
fietsplaatje , fitseplëtsje , zelfstandig naamwoord onzijdig , fitseplëtsjes , - , belastingplaatsje , (op fiets) fitseplëtsje (vero.) VB: Ién d'n oerlog ês 't fitseplëtsje aofgesjaf.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
fietsplaatje , fietsplotje , fietsplaatje. in de crisistijd van de jaren ‘30 werd het fietsplaatje ingevoerd. het was een metalen plaatje dat aan het stuur moest worden bevestigd. het kostte ƒ2,50 en het was een belasting voor fietsen. een hele aderlating voor de werkman. de werklozen kregen een kosteloos plaatje, ‘n plaatje met ‘n gat erin geslagen. in 1939 is het fietsplaatje komen te vervallen.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
fietsplaatje , fietsplòtje , zelfstandig naamwoord , verkleinwoord; Henk van Rijen: fietsplaatje, merk v.d. rijksbelasting
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal