elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fietsrenner

fietsrenner , fietsrenner , de , (Zuidoost-Drents zandgebied) = wielrenner Der kwam mij een hiel toggel fietsrenners integen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fietsrenner , fitsrenner , zelfstandig naamwoord mannelijk , fitsrenners , - , wielrenner
Bron: Jaspars, G. en H. FiƩvez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal