elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fijne

fijne , fijne , voor slim, doortrapt. Ook voor godsvreezend. In beide gevallen zegt men hier dikwijls, dat het een fijne is.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
fijne , fiinen , mannelijk , fiinen , fijngelovige
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
fijne , foine , zelfstandig naamwoord meervoud , Spottend voor streng gereformeerden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
fijne , finje , énne finje, huichelachtig persoon, iemand die zich mooier voordoet dan hij is.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
fijne , fienen , streng belijdende gelovigen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
fijne , fiene , in ’t in ’t fiene hebben onenigheid hebben (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Koomt die buren niet bij mekaar? Nee, zij hebt ’t altied mit mekaar in ’t fiene (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fijne , fiene , streng orthodoxe kerkganger
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
fijne , fijne , uitdrukking , ’De fijne binne de mijne' zee d’n duuvel die boove de kerrekdeur zat te loere ‘De strengen zijn voor mij’ zei de duivel die boven de kerkdeur zat te loeren
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
fijne , fynge , zelfstandig naamwoord mannelijk , fynge , - , grapjas , fynge; losbol fynge
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
fijne , fiene , (zelfstandig naamwoord) , streng gelovige.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
fijne , [kieskeurig persoon] , fiene , (mannelijk) , een kieskeurig iemand
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
fijne , fiene , zelfstandig naamwoord, mannelijk , lieveling, persoon, gluiperig, persoon, stipt en precies
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal