elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: generaal

generaal , generoal , (over ʼt) = in ʼt algemeen; “den wordde moatschappij over ʼt generoal nait gelukkiger.”
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
generaal , ginneraal , mannelijk , generaal
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
generaal , generaal , generaol , Ook generaol (Zuidwest-Drenthe, Noord-Drenthe) = generaal, algemeen De generaole repetitie gaot de uutvoering veurof (Smi), ook zelfst. De generale was niet best (Bov), De generale kas (Hijk), De belastingbetaolers kregen generaal pardon algehele kwijtschelding (Nor), Generaol bekeken zit er een bool goeie dingen bij (Die), (zelfst.), In ’t generaol in het algemeen (wb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
generaal , generaal , generaol, ginneraal , generaals , Ook generaol (Zuidwest-Drenthe, Noord-Drenthe), ginneraal (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = 1. generaal De generaal, dai wie in dainst haren, dat was een gaoie vent (Vtm), Dat is een aordige generaal een boosaardige vrouwspersoon (Hijk) 2. bep. aardappelras (Zuidoost-Drents veengebied)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
generaal , ginneraol , generaal.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
generaal , ginneraol , generaal , Ne ginneraol die hi mistal 'n hil bérziej stripkes óp zunne frak gespit. Een generaal die heeft meestal een heleboel streepjes op zijn uniform gespeld.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
generaal , generaol , ginneraol , zelfstandig naamwoord , de; generaal
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
generaal , generaol , ginneraol , bijvoeglijk naamwoord , algemeen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
generaal , generaol , uitdrukking , In ‘t generaol in het algemeen Vroeger wier d’r in ’t generaol niet anders gezaaid Vroeger werd er in het algemeen niet anders gezegd
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
generaal , ginneraol , zelfstandig naamwoord mannelijk , ginneraols , - , generaal , VB: ginneraol ês de hoegste rang bié de sjöttery van Oesj, ién Groéselt ês dat de mejoor.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
generaal , ginneraol , (zelfstandig naamwoord) , generaal.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
generaal , ginneraol , zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord , generaal; Kees en Bart – Tilburgsche Post ca. 1935 – ginneraole rippetitie; Kees en Bart – Tilburgsche Post ca. 1935 – ginneraol
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
Generaal , Generaal, de , Jacobus Nicolaas Roulez (1853-1921) die afkomstig was uit Sluis in Zeeuws-Vlaanderen; straatfiguur die door M. J. Brusse werd beschreven in De Zonderlinge Avonturen van ‘Zijne Excellentie de Generaal’ (1915); hij overleed in een logementje in de Korte Baanstraat
Bron: Oudenaarden, Jan (2015), Wat zeggie? Azzie val dan leggie! Aspecten van het dialect van Rotterdam, Rotterdam.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal