elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gespannen

gespannen , spant , voor: gespannen, te nauw sluitend; dei bōksen zit spant.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
gespannen , spand , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , gespannen, strakgetrokken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
gespannen , gesjpanne , bijvoeglijk naamwoord , gespannen , gesjpanne Zw: V'r zién gesjpanne: er zijn voldoénde personen aanwezig om met het spel te kunnen beginnen.; compleet (niet compleet bij kaartspel)neet gesjpanne zién VB: Doég e päor pertyje mêt, v'r zién neet gesjpanne
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
gespannen , gespanne , 1. gespannen 2. van het nodige voorzien: bös se alweer gespanne – kun je er voorlopig weer tegen (zegswijze na aanschaf van een nieuw pak, nieuwe schoenen enz.)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal