elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: get

get , [scheidingsakte] , get , Hebr. GET = scheidingsoorkonde; bijbels, zie Deut. 24. Daarvan in het Jiddisj het werkw. GETTEN. D.w.z. dat een man zijn vrouw GETTE, want de rechtspositie der vrouw in dezen was (is) van secundaire aard. Grapjes over een bekende figuur die zich niet al te veel aantrok van de banden des huwelijks: Dij hèt gain verlet om ’n get.
Bron: Meijer, J. (1984). Tolk van ’t Olle Volk – Joods Supplement op het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan. Heemstede
get , gêtte , zelfstandig naamwoord , slobkousen , (fr. 'guêtre') (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
get , gette , zijn leren beenkappen
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
get , get , modder. in de uitdrukking: “ne getslwôôt”, “sloot met drassige roestkleurige modder”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
get , gette , leren of stoffen omhulsels om de benen te beschermen tegen de regen en kou.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
get , get , zelfstandig naamwoord , modder (Helmond en Peelland; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal