elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gezwiebeld

gezwiebeld , gezjwibbeld , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , aangeschoten , (aangeschoten zijn) gezjwibbeld zién.; dwaas (zie 'gek')
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal