elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: glinster

glinster , glienster , de , gliensters , (ov) = glinstering ’n Kristallen glienster lig op alle takkies en de middagzun spiegelt zuk overal
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
glinster , gleenster , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , versiering , (glinsterachtige versiering) gleenster VB: De kiësboüm sere mêt gleenster.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal