elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: godswil

godswil , ōm Godswil , iets doen = zonder belooning, om niet iets verrichten. Dr. Landr. (1712) II, 74: die om Godts wille pleit = voor niet, (v. Dale: om Godswil = uit liefde tot God.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
godswil , gaotswil , godswil. Om gaotswil: om godswil!
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
godswil , gaodswêl , godswil , gaodswêl VB: Öm gaodswêl hélp mich toch!
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal