elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: goedgeefs

goedgeefs  , goodgaefsch , goedgeefsch.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
goedgeefs , goutgaefs , goutgaefser, goutgaefste , goedgeefs.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
goedgeefs , goedgeefs , goedergeefs , bijwoord , goedgeefs
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
goedgeefs , goodgèfs , bijvoeglijk naamwoord , goedgeefs , VB: Ze ês altiéd ëve goodgèfs.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
goedgeefs , goodgaefs , goedgeefs
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
goedgeefs , gaodgaefs , gul
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal