elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: goedigheid

goedigheid , goudighaid , goedigheid; hoe koom ie in goudighaid doch zoo loat! = waarom komt gij toch zoo laat! ’k ken mie in goudighaid nijt begriepen wat hij mit dat hoes doun wil, enz. = ik kan er onmogelijk eene goede reden voor vinden. Hierin ligt de zachtst mogelijke berisping of afkeuring. – Zeg mie in goudighaid ijs wat dat bedud = zeg mij in vredes naam wat dat beduidt, waarom gij dat zegt, enz.; groote goudighaid! tusschenwerpsel dat verwondering moet te kennen geven, en zooveel als: hemelsche goedheid!
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
goedigheid , gooëgaejd , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , goedigheid. k Zeg t oew oet gooëgaejd, ik zeg het je omdat ik het goed met je meen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
goedigheid , goudicheit , vrouwelijk , goudicheite , goudicheitje , goedheid.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
goedigheid , goeiigheid , goedigheid , (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook goedigheid (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord, Noord-Drenthe) = goeiigheid Hij dee het oet goeiigheid (Sle), Dat is de goudigheid zölf hij is door en door goed (Bco), In de goeiigheid is dat overlegd, en toch is het mislopen in redelijkheid en goede harmonie (Klv), Ie moet der in de goedigheid even met hum over proten zonder ruzie te maken (Sle), In de gooudigheid, wat hej non weer oetvreten in vredesnaam (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
goedigheid , goeiighied , goedighied , zelfstandig naamwoord , de; 1. het goelijk zijn 2. in in de goeiighied grote goedheid, in ’s hemelsnaam
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
goedigheid , gojighèid , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , goedheid , gojighèid VB: Mêt gojighèid krys te mie vêrdig es mêt hel wëurd.; inschikkelijkheid VB: Mêt gojighèid krys te mie vêrdig es mêt hel wëurd.; welwillendheid VB: Es d'r de gojighèid zoûwt wêlle hebbe vuur 'ns aon mich te deenke.; zachtheid (karakter) gojighèid VB: Mêt gojighèid krys te mie vêrdig es mêt hel wëurd.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
goedigheid , goeiigeid , (zelfstandig naamwoord) , goedheid. Dät dut e uut goeiigeid.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
goedigheid , goejighèijd , goedheid, welwillendheid , Dè duutie uit puure goejighèijd. Dat doet hij uit pure goedheid.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
goedigheid , [goedheid] , gojigheid , (vrouwelijk) , goedheid , Hae doug neet van gojigheid: hij is overdreven goed. Zie is ein en al gojigheid: zij is door en door goed.: zij is door en door goed.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
goedigheid , goojigheid , gotigheid , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , (eerste vorm) goedheid, (tweede vorm) goeiïgheid
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
goedigheid , goejeghèd , zelfstandig naamwoord , goedheid; Cees Robben – Ze deugde nie van goei-jig-hed (19740510); WBD III.1.4:67 'goedig’ = braaf; 69 'goedig' = zachtzinnig; WBD III.1.4:330 'goedig' = gedwee; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  GOETIGHEID zelfstandig naamwoord v. - goedheid; WNT GOEDIGHEID - goedheid, welwillendheid, vriendelijkheid
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal