elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hoogtijdag

hoogtijdag  , hoeëgtiedsdaag , hooge feestdagen, Paschen enz.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
hoogtijdag , hoëgdaag , kaerkelukke fiësdaag, b.v. Passe.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
hoogtijdag , hoegtydaog , zelfstandig naamwoord , feestdagen
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hoogtijdag , hogtèèjdaog , hoogtijdagen
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
hoogtijdag , wôôgtijdag , hoogtijdag.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal