elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: heertje

heertje , heertje , in: hij ’s ’t heertje = hij is allen de baas, steekt nu boven allen uit. Vgl. bauke; ’t heertje wezen, zooveel als: gevierd worden, uitblinken, bv. in een gezelschap, in eene vergadering, de held van het feest zijn.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
heertje , heerdje , zie heertje *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
heertje , hirke , heertje , Iemes meej 'n schón pak én ne strikdaas, dôr zègge ze van dé't 'n hirke is. Iemand met een mooi kostuum en 'n stropdas, daar zegt men van dat het een heertje is.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
heertje , hierke , zelfstandig naamwoord onzijdig , hierkes , - , driftig , (driftig iemand) hierke VB: Mêt dat hierke môs te niks aon de haand kriége want daan bis te nog neet vêrdig.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
heertje , [persoon] , herke , heertje
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
heertje , hirke , heertje, te deftig uitgedoste man , Pieter is ’n echt hirke. Piet is een echt heertje. Vaak met enig cynisme gezegd., Óns Lief Hirke, Gift moj wirke, Gift moj dag, Dè ’t zunneke scheijne mag, Kinderbede.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
heertje , hirke , zelfstandig naamwoord, verkleinwoord , heertje; - verkleinwoord van 'heer', met vocaalkrimping; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch (1899): ;  HEERKE(N) zelfstandig naamwoordo.- onderpastoor eener parochie
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal