elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: helligheid

helligheid , helligheid , boosheid.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
helligheid , hellighaid , kwaadheid, drift. Zie: hellîg.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
helligheid , hellegaejd , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , boosheid
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
helligheid , hellicheit , mannelijk , hardheid. Dat is va hellicheit niet te biete: te hard om te bijten. De hellicheit van dem haet gein énj: zijn gevoelloosheid is grenzeloos.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
helligheid , helligheid , kwaadheid.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
helligheid , helligheid , de , 1. kwaadheid Hij wos van hellighaid nait wat e dee (Erf), Hij kan van helligheid niet èten (Hol), ...niet meer praoten (Rol), Het haor stiet hum rechtop van helligheid (Hoh), Dee jong zat niks geen helligheid in (Row) 2. ruzie (Zuidoost-Drents zandgebied) Daor kun wal ies helligheid oet vortkommen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
helligheid , hellighied , zelfstandig naamwoord , de; kwaadheid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
helligheid , hellighèid , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , hardheid , VB: De hellighèid van diamaant sjtèit boëvenaon.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal