elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hinderlijk

hinderlijk , hinjerlik , hinjerlikker, hinjerlikste , hinderlijk.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hinderlijk , hinderlijk , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , hinderlijk Dat gejank van dei radio is slim hinderlijk (Bco), Hie bleef slim hinderlijk veur mij fietsen (Eex), As ter een sprèker is is het hinderlijk as de meinsen der deurhen praot (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hinderlijk , heenderlik , bijvoeglijk naamwoord , hinderlijk , VB: Es dy zon zoe lieg sjtèit ês dat éch heenderlik bié 't väore.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hinderlijk , hinjerlik , hinjerliker, hinjerlikst , hinderlijk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal