elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hongeren

hongeren , hungere , hungerde, haet gehungert , honger lijden.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hongeren , hongern , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. honger lijden Ik heb ’t schoft vergeten, dat wordt vandaag hongern (Bco), Moej hum mar hongern laoten, dan wil er wel beter vreten (Klv), Zij hebben der laank tegen mouten hongern het lange tijd slecht gehad (Ros), Laot ze mor een dag hongern bijv. gezegd wanneer de varkens enigszins ziekelijk waren (Sle) 2. hunkeren naar (Zuidwest-Drenthe, noord) Vee kan ok guntern, dan bint ze roer, dan hongert ze op voer (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hongeren , hungere , werkwoord , hongeren , (alleen in: dat hungert: dat wekt de eetlust op); opwekken (de eetlust opwekken) hungere In de Zw: Dat hungert.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hongeren , [honger lijden] , hóngere , hóngertj, hóngerdje, gehóngerdj , hongeren
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal