elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hoogstam

hoogstam , hoogstam , de , hoogstam Bie appelbomen hej hoogstammen en leegstammen. De oldewetsen bunt de hoogstammen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hoogstam , hoegsjtam , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , hoogstam , VB: Gelökkig kömp de hoegsjtam de lêste jaore weer get truk.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal