elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hoogstens

hoogstens  , huëgstes , hoogstens.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
hoogstens , heuchstes , hoogstens.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hoogstens , hógstes , hooguit , Ge moet'ter nie óp rèèkene dé'k aalté kan, hógstes halfsenté, dan val'let nog meej. Je moet er niet op rekenen dat ik altijd kan, hooguit af en toe, dan valt het nog mee.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
hoogstens , huugstens , bijwoord , hoogstens , huugstens VB: 'r Kôs huugstens 'n oor bliéve, zaag 'r, daan môs 'r weer wyjer.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hoogstens , oogstens , (bijwoord) , hoogstens.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
hoogstens , hógstes , hoogstens
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
hoogstens , huuegstes , hoogstens
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
hoogstens , huëgstes , hoogstens
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
hoogstens , huuëgstes , bijwoord , hoogstens/ten hoogste
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
hoogstens , hogstes , bijwoord , hoogstens, op z'n hoogst
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal