elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hooipeluw

hooipeluw , hûipullem , hûipuülem , zelfstandig naamwoord mannelijk , hûipulleme , hûipullemke , hoofdpeluw , hûipuülem VB: 'nnen hûipuülem wäor e kösse mêt de brejte van e bed.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
hooipeluw , huijepulf , zelfstandig naamwoord , huijepulfe , huijepulfke , 1. strozak 2. peluw ook huidpulf, kaafzak, struëzak
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal