elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: houdbaar

houdbaar  , haldbaar , houdbaar.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
houdbaar , hooldber , bijvoeglijk naamwoord , houdbaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
houdbaar , haawber , bijvoeglijk naamwoord , houdbaar , VB: Dy megrien ês haawber tot 't ênd van dizze maond.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
houdbaar , haodbaar , bijvoeglijk naamwoord , haodbare , houdbaar
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal