elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ijsschol

ijsschol , iesscholle , iesschotse , zelfstandig naamwoord , de; ijsschots, ijsschol
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ijsschol , iéssjol , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , iéssjolle , - , ijsschol , Zw: Ich heb han wie iéssjolle, zoe kaad.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
ijsschol , iêsschol , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , iêsscholle , iêsschölke , ijsschots
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal