elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: indekken

indekken , indekken , zwak werkwoord, overgankelijk, wederkerend , indekken Tegen zukke ongelukken moej joe indekken (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
indekken , indekken , werkwoord , 1. zich ergens tegen indekken 2. indikken, dikker maken 3. toedekken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
indekken , iéndêkke , werkwoord , dêkde ién, iéngedêk , instoppen , VB: Môjjer dêkde de keenderkes nog éffe ién zoedat ze sjnaas neet kaad zouwe kriége.; toedekken VB: Ma haw de keenderkes nog 'ns wérm iéngedêk.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal