elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: indertijd

indertijd , indertied , bijwoord , indertijd Ze hebben indertied nogal wat laand aankocht (Zui), Zien breur haar het an de longen en is indertied daor mit hengaon (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
indertijd , indertied , bijwoord , indertijd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
indertijd , iéndertiéd , bijwoord , eertijds , iéndertiéd VB: iéndertiéd haw v'r dy aw sjpëulkes nog
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal